Huis » Meisje » Naakte meisjes die worde ferkragt nederlandse brunette naakt

Naakte meisjes die worde ferkragt nederlandse brunette naakt


Zaterdag 15st, November 3:51:10 Am

Persoon naakte meisjes die worde ferkragt wat Jos Van
Offline
Obarker92
49 jaar vrouw, Schorpioen
Kimsverd, Netherlands
Urdu(Gemiddeld), Koreaans(Mooi zo), Engels(Beginner)
Journalist, Architect, Artiest
ID: 5725631867
Vrienden: jandnandm, jp
Persoonlijke gegevens
Geslacht Vrouw
Kinderen Ja
Hoogte 168 cm
Toestand Gratis
Onderwijs Hoger onderwijs
Roken Ja
Drink Nee
Communicatie
Naam Samantha
Bekeken: 7784
Telefoon: +312115-473-43
Stuur een bericht

Beschrijving:

Terug naar resultaten. Permanente URL Titel. Zoomen en navigeren. Gevonden in dit boek Geen zoekvraag opgegeven. Zoeken in dit boek. Gebruiksvoor­waarden Auteursrechtelijk beschermd. Op dit object rust auteursrecht. Lees verder. Is ‘er eenigh dingh daer van men soude kunnen seggen Siet dat ’t is nieuw: het is aireets geweest in de eeuwen die voor ons geweest zijn. Prediker, Cap.

I,: 9 en Vroeg op een Zondagmorgen in Juni zeventienhonderd acht en zeventig komt een bode te paard naar het landhuis Oostermeer bij Ouderkerk en brengt een speciale missive van het Amsterdamsen stadhuis voor burgemeester Tavelinck. Doch César, de Fransche valet, die het gevouwen papier met de indrukwekkende zegels in ontvangst neemt, draait het een paar maal in zijn langvingerige knokige handen en besluit het niet te overhandigen voor de morgenwandeling van zijn meester zal zijn beëindigd.

Op de bevelende toon en met de hooghartige gebaren, die hij steeds tot zijn beschikking heeft wanneer de Heer van het Huis niet in de nabijheid is, zegt bij den ruiter zijn paard aan het hek te binden en roept hij naar Janna, de tuinmansvrouw, dat zij den man een kroes bier zal schenken. Eerst tien minuten geleden is burgemeester de arduinen stoeptreden afgedaald en verdwenen tusschen de taxishagen van zijn tuin; hij was gekapt en gekleed, geschoren en geschoeid en, vermoedelijk door het fraaie weer en de veelbelovende dag, in zulk een goedaardig humeur dat César, de zeldzaamheid van het feit beseffend, thans moed noch lust vindt om het te verstoren.

Hij weet sinds de negen jaren waarin hij bij dezen Amsterdamschen regent in dienst is, dat extra missiven op Zondag altijd onaangename dingen behelzen, speciaal wanneer ze reeds voor kerktijd hun bestemming hebben bereikt. Over de rechte witte schelpenpaden, door een rechte laan van tot vierkanten gesnoeide lindeboomen, langs bloemperken, die in geometrische figuren zijn aangelegd en door lage recht-afgesneden buxusranden worden begrensd, wandelt de groote zware figuur van Lourens Jan Tavelinck met statige langzame stappen.

En alsof de zon weet, dat ook zij, als heel de natuur, zich in deze kostbare tuin te voegen heeft naar de wetten der symmetrie, werpt ze haar stralen zoo, dat de schaduw van den burgemeester hem voortdurend in een zuiver rechte hoek vergezelt. Neen, zijn ambten en waardigheden zijn daar op lange na nog niet mee opgesomd, hij heeft er zoovele, dat hij de tel allang kwijt is; hij herinnert ze zich slechts éénmaal ’s jaars, wanneer zijn rentmeester hem de lijst voorlegt van alle inkomsten, die ze hem verschaffen.

Reeds toen hij in de wieg lag, de oudste zoon van den anderen machtigen burgemeester Tavelinck, die zijn vader was, vielen de ambten en waardigheden hem toe als de gebraden duiven in Luilekkerland. Als peetgeschenk heeft zijn oom Geelvinck, de raadpensionaris, hem tot commissaris van het Haarlemmerveer gemaakt, als pillegift heeft zijn neveu, de burgemeester Brandt, hem het kerkmeesterschap van de Westerkerk gegeven en op elke yerjaardag heeft hij er minstens nog twee ambten bijgekregen.

Sinds hij als kleine blonde knaap aan de hand van zijn vader door de straten van het trotsche Amsterdam ging en zag hoe de hoeden vlogen, de ruggen zich kromden, heeft hij geweten dat hij behoorde tot de eersten en aanzienlijksten, tot een regentengeslacht, dat al sinds generaties oppermachtig was en nog nooit, in de een-en-veertig jaren van zijn leven, is er een oogenblik gekomen waarin Lourens Jan aan de onaantastbaarheid van die macht heeft hoeven twijfelen.

Hoewel het nog vroeg is en het Chineesche uurwerk op het dak van zijn buitenplaats zoo juist acht slagen in de stille zoele zomermorgen heeft uitgezonden, draagt de burgemeester reeds zijn groot gala, want het zal een dag van plechtigheid en feesten worden, de doop van zijn vijf weken oude Lourentina en tegelijk de eerste kerkgang van zijn pas herstelde vrouw.

En dus heeft hij, zooals het een trotsch en deftig vader betaamt, vandaag een fraaie gloednieuwe rok van blauw damast met zware zilveren borduursels aan, een geel satijnen kamizool met veertien groote juweelen knoopen en een jabot en lubben van zeer kostbare, ragfijne kant, welke de gezant van de Venetiaansche Republiek, na het sluiten van een voordeelige handelsovereenkomst met de stad Amsterdam, hem als een kleine persoonlijke vriendelijkheid heeft geschonken.

Onder de strakke zwart satijnen culotte draagt hij wit zijden kousen en lage schoenen met vierkante punten en zilveren gespen. En graag toont hij die strak bekleede beenen, Lourens Jan is niet ijdel, maar naar het een man toekomt, is hij fier op zijn welgevormde kuiten. Zijn hoofd is gedekt door een groote en tamelijk ouderwetsche witte pruik, die laag langs zijn ooren en van achteren over zijn halskraag hangt.

Want hij is er vèr boven verheven, zich om de grillen van de mode te bekommeren en te luisteren naar zijn coiffeur, die hem a la nouvel Adonis kappen wil door het haar in rollen langs zijn ooren te leggen en het van achteren samen te binden in een zak van paardenhaar en zijde. Hij wil niets weten van de smaak der laffe Fransche petits-maïtres; met zijn republikeinsche regententrots verwerpt hij de mode van het hof van Versailles, die heel de wereld tot voorbeeld dient, als verwijfde gekheid.

De bruine kleine oogen staan echter in den regel dof en onverschilhg, maken het gezicht hard en stug, lichten soms plotseling óp, in een snelle gevaarlijke boosheid. De hof van Oostermeer is groot en breed, ze is rondom begrensd door berceaux en vol paden en perken, vijvers en beelden en overal verrast zij door ingenieus bedachte perspectieven.

De burgemeester slaat links af en schrijdt door een weg van taxishagen, die telkens halve-cirkels vormen waarin marmeren goden en godinnen van de Olympus op voetstukken zijn opgesteld. Hij heeft echter in het geheel geen aandacht voor de goden en slechts een zeer vluchtige voor sommige der godinnen, hij zoekt een ander pad, dat naar een kleine kunstmatige heuvel voert, waarop het Amortempeltje staat, dat gloednieuw en de laatste glorieuze aanwinst van Oostermeer is.

Het is achtkantig, fraai gebeeldhouwd en steunt op acht Ionische zuilen van gekleurd marmer en het heeft precies tweemaal zooveel gekost als mevrouw Tavelinck, die er jarenlang over delireerde, met den bouwmeester had berekend. Maar wie een schoone hof bezit, dient op kosten niet te zien en behoort een Amortempel te bezitten zoowel als een Chineesche brug en een ruïne en een vijver met kunstige waterwerken. Lourens Jan bedenkt dit met voldoening terwijl hij zich een oogenblik op de lage marmeren bank in de tempel zet en een snuifje neemt uit zijn gouden tabatière.

Het Latijnsche vers, dat met vergulde letters onder de God der Liefde is aangebracht, leest hij zonder er een woord van te begrijpen en daarna stdart hij droomerig over het vredige zonoverschenen landschap, dat achter de tuin voor zijn blikken opdoemt. En op dit oogenblik herinnert hij zich de heftige twist, die er gisteren op het stadhuis tusschen hem en zijn drie mede-burgemeesters is opgelaaid, over de prachtige mogelijkheid om thans met de voor hun vrijheid vechtende Amerikaansche koloniën een geheim contract te sluiten voor de levering van oorlogstuig.

Een gevaarlijk plan, maar dat de Amsterdamsche kooplieden na jaren van slechte handel geweldige winsten zou kunnen brengen en tot die kooplieden behooren de leiders van het Handelshuys Tavelinck en van Teyen. Lourens Jan heeft zijn plan er niet doorgekregen, het werd alleen gesteund door den pensionaris van Berckel en het ketste tegen de voorzichtige vrees van de drie andere burgemeesters, die nog altijd den Prins-Stadhouder naar de oogen kijken en bang zijn voor de groote mond van de Heeren Hoogmogenden in den Haag.

Maar Lourens Jan wil thans zijn kostelijke Zondagmorgen met die onaangename herinnering niet verstoren, er zijn nog andere mogelijkheden om zijn zin te krijgen; hij wrijft even met zijn groote hand over het in zware rimpels getrokken voorhoofd en vervolgt zijn weg naar de vijver waar de tuinman, die zijn heer heeft bespied vanaf het oogenblik dat hij de hof betrad, het moment gekomen acht om de bronzen dolfijnen, welke de vier jaargetijden op hun ruggen dragen, te laten spuiten.

Doch de tuinman treft het verkeerd. Er is geen water genoeg! Hij blijft zoo diep gebogen, dat de muts, in zijn afhangende hand, op de grond sliert, zijn bange oogen hebben rap geconstateerd, dat zijn heer stok noch degen draagt en er dus geen kans voor hem is om een van die twee gevreesde voorwerpen op zijn rug te voelen neerkomen. De burgemeester gaat hem voorbij of hij lucht is en loopt de vijver langs naar rechts, waar de stallen en het koetshuis zijn; het stal volk, dat daareven bij zijn brullend bevel nieuwsgierig om de hoek van de heg heeft gegluurd, is ijverig en zwijgend bezig wanneer hij nadert.

Op het plein staat frisch gewasschen en afgestoft de statiekaros waarmee hij gisteren uit de stad is gekomen, als een klein pronkend huis staat ze daar op haar hooge dunspakige wielen en haar geslepen ruiten en ver- guld lofwerk sproeien vonken in de zon. Ook de stalknechts buigen hun ruggen en nemen hun mutsen af wanneer de burgemeester langs komt en een vluchtige maar strenge blik werpt naar de twee Iersche volbloeds, die door den ouden koetsier zelf worden opgetuigd.

Elk der mannen heeft zich al voorbereid op een snauw, een grauw of een vloek en zij oogen naar elkander, zichtbaar verbaasd en zelfs met een zweem van spot, wanneer hij zwijgend, zonder een woord, aan hen voorbij is gegaan. De burgemeester bezit een dozijn kostbare en voortreffelijke paarden, doch hij bekommert zich om hun bezit niet méér dan voor een groot heer en rijk landbezitter noodig is en voor de nieuwe elegante koets, die een gril is van zijn vrouw, heeft hij een gepaste mannelijke minachting, want in de oude, welke Betje te plomp en te ouderwetsch noemt, zat hij heel wat makkelijker.

Wanneer hij kans ziet, vertelt hij niettemin toch graag aan zijn vrienden, dat Verster, de Haagsche hofkoetsenmaker, haar naar een der nieuwste modellen van het Engelsche hof heeft gecopieerd en dat voor het schilderen der wapens van Betje en hemzelve, een Brusselsch kunstenaar drie volle weken noodig heeft gehad. De burgemeester trekt een groote linnen neusdoek uit de zak van zijn rok en veegt zich, onder de zware pruik, het zweet van het voorhoofd.

Na een koude natte Mei heeft Juni prachtig ingezet, de dag schijnt zelfs warmer te zullen worden dan hij met zijn galakleeren en zijn zwaarlijvigheid wenschelijk vindt, maar voor Betje en het teedere doopkind levert de kerkgang bij dit warme weer tenminste geen gevaren. Burgemeester is uitermate tevreden over zichzelf bij deze zorgvolle gedachten, die aan zijn geliefde vrouw en kind zijn gewijd, er zoemt iets door zijn hoofd van Kostbare Huwelijkspanden en de Zesde Parel aan den Kroon van zijnen Egt, maar helaas, hij kan de verzen van zijn huispoëet nu eenmaal nooit onthouden.

Nu hij de stallen voorbij is, verhaast hij zijn afgemeten schreden, veel tijd blijft hem niet meer en het beste van de wandeling wacht hem nog, hij loopt de linker berceau ten einde aan welks einde zich het nieuwe kostbare in de winter gebouwde vogelhuis bevindt. De pluimgraaf staat bij de groote vergulde kooi van de Congo-papegaaien en kijkt al naar hem uit, ook zijn oude rug kromt zich bij de nadering van zijn meester, maar op zijn rimpelgezicht ligt de vertrouwensvolle glimlach van den gunsteling.

Want het vogelhuis is de trots van Lourens Jan Tavelinck, de zeldzame bontgekleurde vogels hebben zijn nooit verflauwende belangstelling, zijn naïef-sentimenteele Hef de. In zijn Amsterdamsen grachtenhuis verzamelt hij, naar de eisch van de tijd, vlinders en zeegrassen, zeldzame penningen en fraaie cameeën in kostbare gebeeldhouwde kabinetten, maar hij kijkt er zelden naar, hij heeft een berooiden Duitschen professor aangesteld, die ze voor hem koopt en verzorgt, schikt en catalogiseert.

De exotische vogels echter zijn zijn vreugde, de saffraanvinken uit Brazilië, de oranjebuikjes, muskaatvogeltjes en tijgervinken uit Bengalen, de vuurvogels en rijstvogeltjes uit Oost-Indië, de spotlijsters uit NoordAmenka, die de scheepskapiteins, wanneer zij voor het Handelshuys Tavelinck en van Teyen varen, voor hem meebrengen. Thans zoeken zijn oogen verrukt en yerteederd zijn levende schat, er komt een bijna kinderlijke glimlach op zijn hoogmoedige gezicht, wanneer hij het tjilpen, het kwetteren en piepen in de groote kooien hoort, hij straalt wanneer de slimme parkieten en de brutale jako’s kwetterend komen toevliegen op het geluid van zijn stem en zich met de fijne pootjes tegen de tralies klemmen, tuk op de leldcernijen, die hij voor hen meebrengt.

Burgemeester Tavelinck heeft gisteren zonder een seconde te aarzelen het doodvonnis van een gauwdief geteekend en hij heeft er met de grootste voldoening bijgestaan toen twee vischwijven, die gevochten hadden, in het spinhuis elk met twintig stokslagen werden gecorrigeerd. Doch nu zijn pluimgraaf hem vertelt, dat een der roodkopkardinaaltj es gestorven is uit treurnis over zijn wijfje, springen hem een paar groote tranen in zijn bruine oogen, die hij omstandig en met een weeke genoegdoening afveegt.

Er sterven zoovele van zijn dierbare kleine vogels, de mooiste vaak, die hij met zware gouden dukaten betaald had! Daarom heeft hij in een verre hoek van zijn lusthof, onder een fraaie treurwilg een klein grafmonument voor hen opgericht, een afgeknotte zuil van wit marmer staat daar bij een urn, die met gebeeldhouwde vogels versierd is en daarbij laat hij al zijn Hevelingen begraven.

Op de bank bij die grafzerk verwijlt hij graag in een luxueuse, sentimenteele melanchoHe, wanneer hij last van zijn lever heeft of ruzie heeft gehad in de vroedschap of zich over de eigenwijsheid van zijn vrouw heeft moeten ergeren. Het Chineesche uurwerk slaat half negen, het uur waarop des Zondags het ontbijt begint en zijn kinderen aan de groote witgeschuurde tafel wachten tot hij hen voorgaat in het gebed, maar nog aldoor staat de burgemeester bij zijn vogels, hij kan niet van hen scheiden, zijn grove Hppen fluiten een zoet wijsje, hij steekt zijn breede vingers tusschen de traUes en lokt met suiker, met een zaadje, een gedroogde bes en hij lacht als een verrukt kind wanneer de schuwe diertjes na veel gefladder en gepiep hét wagen om de lekkernijen weg te komen pikken.

Dan hoort hij plotseHng achter zich de bescheiden welbekende kuch, Waarmee 2 de onberispelijke César zijn aanwezigheid merkbaar pleegt te maken, ongeduldig draait hij zich om en ziet een brief met de groote ronde zegels van het stadhuis op het zilveren tablet liggen. Hij grijpt er driftig naar, het gebroken lak spat naar alle kanten, hij leest en frommelt woedend het papier in elkander.

En meteen bulderen zijn vloeken tegen den ouden vogelhoeder, twintig vergrijpen tegelijk ontdekt hij, een vuile drinkensbak, een ruiende papegaai, die op de trek zit, verkeerd zaad voor de non-pareiltjes, die de kostbaarste van zijn verzameling zijn. Hij vloekt de gansche vocabulaire van de Amsterdamsche dokken bij elkaar, met stokslagen dreigt hij, met wegjagen, met het rasphuis.

De oude man blijft onbeweeglijk, het grijze hoofd gedwee gebogen en spreekt geen woord en ook het grauwbleeke, gladde gezicht van César staart gesloten en uitdrukkingsloos terwijl hij terzijde staat en wacht op hetgeen zijn heer hem zal bevelen. César is een Fransche knecht, niemand kan van hem vergen dat hij Hollandsche vloeken verstaat. Door de groote achterkamer op de eerste verdieping, die het echtpaar Tavelinck tot slaapsalet dient en met drie hooge ruitjesvensters uitzicht geeft op de lusthof, de weiden en het Pancras-meer erachter, klinkt de nerveuze ongeduldige stem van mevrouw Betje in rad, slordig maar goed uitgesproken Fransch.

Ze zit voor een met neteldoek bekleede en met veel kwasten en strikken versierde toilettafel, ze draagt een kapmantel van wit keper over het groen-en-wit gestreepte satijn van haar nieuwe statiekleed en daar de Fransche kapper, die achter haar staat, al een uur en drie kwartier bezig is aan een majestueus haarbouwsel van gaas, watten, valsche krullen en spiralen, zijn haar zenuwen en haar humeur in een stadium van hoogst labiel evenwicht gekomen.

De kamenier ligt op haar knieën en is hijgend en zweetend bezig om een paar nauwe satijnen schoentjes om de voeten van haar meesteres te wringen, bijgevolg is zij het, die Betjes boosheid over haar witgemutste hoofd krijgt uitgestort, want tegen den grooten Beaumont, die zich wel verwaardigd heeft op Zondagmorgen naar Oostermeer te komen om haar met zijn kammen en heete ijzers te bewerken, zou zelfs een burgemeestersvrouw niet wagen een boos of bevelend woord te uiten.

In de kamer is het warm en benauwd, er hangen wolken van haarpoeder en een gore lucht van cocosvet, de heer burgemeester heeft er zich bovendien, voor hij zijn statierok aantrok, verschoond en het ondergoed, dat hij heeft uitgetrokken en in een hoek van de kamer geschopt, verspreidt de duidelijke bewijzen, dat het lang en intensief gebruikt is.

Betje heeft al tweemaal een vapeur gehad en met haar eene hand houdt ze haar loddereindoos tegen haar fijne arrogante neusje, met de andere beweegt ze een waaier voor haar klamme heete gezicht. Noch zij, noch de zweetende kapper in zijn stijve rok, of de amechtig zwoegende kamermeid denken er een oogenblik aan, om een kier van een raam op te schuiven. Toen César om half zeven binnenkwam om de luiken te openen, heeft hij meegedeeld, dat het een fraaie dag was en er een frissche bries over het meer woei en voor een frissche bries heeft mevrouw Betje dezelfde vrees als voor het koudvuur of de pokken.

Onder dat blosje en de grove witte poeder is Betjes huid klam en doodsbleek, ze moet telkens de zweetdruppels wegwisschen, die op haar lage ronde voorhoofd en haar kleine energieke kin staan, want voor het eerst sinds haar bevalling draagt ze vandaag weer haar rijglijf van keper en ijzeren baleinen, dat haar bovenlichaam wringt in de lange smalle puntvorm welke zoo modieus en elegant en voor haar groote parure onmisbaar is.

Om het corset behoorlijk toe te rijgen, heeft de kamenier de hulp van de kamermeid moeten inroepen, ze hebben ieder aan een eind van de veter getrokken en zich daarbij vastgehouden aan de spijlen van de groote, met groen saai omkleede echtkoets; mevrouw heeft gesteund en gehijgd, ze heeft een vapeur gekregen en om reukzout en water en azijn geroepen en het duurde twintig minuten voor Simone het gedecolleteerde corsage en de rok met de paniers kon dichthaken, twintig minuten waarin monsieur Beaumont, de kapper, woedend en ongeduldig heeft loopen ijsbeeren in een nevenvertrek.

Want hij is de grootmeester van zijn gilde, deze kleine graatmagere en aalvlugge meneer Beaumont en bijgevolg een verwend, gevierd en met de grootste consideratie behandeld personnage. Hij houdt een koets, wat anders aan lieden van zijn stand volstrekt niet veroorloofd is, hij draagt twee horloges met tallooze breloques, hij drinkt nooit iets anders dan Fransche Bourgogne en het feit, dat hij zijn Zondagsrust verstoord heeft om de vrouw van burgemeester Tavelinck op Oostermeer te komen kappen, zal in de koffiehuizen en op de theesaletten van Amsterdam een week lang het onderwerp van gesprek zijn.

Vooralsnog blijven echter deze versierselen in de sitsen doos waarin hij ze heeft meegebracht, want voor de kerkgang waarmee Betjes dag begint, zouden zij niet passen. Daarvoor dient de nieuwe muts, die madame Thérèse, de Fransche modiste, per particuliere occasie gezonden heeft, een gevaarte als een wagenwiel van rulle, ijzerdraad en strikken, dat thans door den kapper met haken en pennen bovenop het hooge witgepoederde kapsel wordt vastgestoken.

Betje, duizelig van de migraine, denkt onwillekeurig aan den Atlas, die op het Amsterdamsche stadhuis staat en de wereldbol op zijn hoofd torst, hij zal, als zij, hetzelfde gevoel hebben, dat zijn nekwervels moeten knappen. Doch de Courier des Modes verzoent haar voor een groot deel met haar zwaar vrouwenlot, zij had er wel van gehoord doch het nog nooit in handen gehad, zoo’n boekje met afbeeldingen van al de nieuwste Fransche modes.

Zij beschouwt de fijn gekleurde plaatjes van fantastisch uitgedoste, zoet glimlachende dames en zij droomt zich tallooze nieuwe toiletten. Dat het modejournaal meer dan twee jaar oud is, merkt zij niet, ze moet haar hoofd stijf rechtop houden en ze kan de klein gedrukte teksten niet goed lezen. Eindelijk is de kapper gereed met zijn werk, hij treedt achteruit en de kamenier neemt de kapmantel van de schouders harer mevrouw.

Betje grijpt de twee leuningen van haar stoel om zich op te hijschen en op haar veel te nauwe schoenen, met de stelthooge hakken wankelt ze naar de groote staande spiegel. En daar, op slag, vergeet zij al haar nooden en kwalen, haar hart dat pijnlijk bonst, haar adem die telkens stokt en de felle steken in haar zijde, ze voelt niet meer dat in haar hoofd aan alle kanten de haarspelden prikken en haar nek krampt bij het zware gewicht van het kapsel.

Ze bemerkt zelfs niet hoe haar enkels trillen bij het torsen van de wijde paniers, de gevaarten van gaas en ijzer, die aan weerskanten meer dan een el haar heupen verbreeden en waarop de plooien, de draperieën, de kanten, de strikken en de strooken van haar galakleed zijn aangebracht. Van haar mooi, nog altijd gaaf gezicht glijdt de pijnlijke trek van moeheid weg, ze glimlacht voldaan tegen haar beeltenis, zij is werkelijk een rêve van élégance; met de fraaiste dames uit het modeblad kan zij concurreeren en van geen der deftige regentenvrouwen, die ze vanmiddag op haar assemblée verwacht, hoeft ze suprematie te vreezen.

Glimlachend kan ze nu terugdenken aan haar angst, dat zij na haar zware bevalling en lang kraambed te mager zou zijn geworden, dat zij de rondingen en welvingen en puilingen zou missen, die zij het criterium der vrouwenschoonheid vindt. Hoe heeft de arme Betje er als jongmeisje, als jonge matrone nog, onder geleden dat ze te mager was en geen borden met gesuikerde pap haar de zoo heet begeerde dikte konden geven!

Maar nu, met haar zes en dertig jaren, is het alles juist zooals het zijn moet, de volle schouders, die zich uit het corsage ronden, de mollige hals, de ferme onderkin en in het lage décolleté de twee marmerblanke appelen-van-Venus, waarvoor de huispoëet altijd weer nieuwe lof vindt. Rond en blank liggen haar armen in de wijde strookenmouwen op de paniers, aan de kleine dikke vingers glinsteren vele ringen, aan de polsen tinkelen de twee nieuwe saffieren braceletten, die Lourens Jan haar, toen ze uit dit laatste kraambed opstond, heeft geschonken.

En nogmaals glimlacht Betje, terwijl ze bedenkt hoe hij gebromd en gevloekt heeft toen ze zich niet tevreden betoonde met de ééne armband, die hij ruim voldoende vond. Hij bromt en vloekt altijd om wat hij haar buitensporigheden noemt en hij eindigt altijd met haar te geven wat zij meent, dat haar naar zijn stand en rijkdom toekomt.

Andere materialen

Pra naakte meisjes die worde ferkragt Brussels Keer gericht

Naakt model geneukt door de kunstenaar Dit naakt model pijpt de grote lul van de kunstenaar, laat zich beffen vingeren neuken en haar gezicht vol sperma spuiten. Dit naakt model pijpt de grote lul van de kunstenaar, laat zich beffen vingeren neuken en haar gezicht vol sperma spuiten.

Pegging Porno naakte meisjes die worde ferkragt uitgebreide

Alle modellen op deze site zijn volwassenen. U moet 18 jaar oud zijn om deze site te bezoeken.

Het naakte meisjes die worde ferkragt baan

All models are 18 years or above.

Naakte meisjes die worde ferkragt heetste amateur

Login om een reactie te plaatsen ». Brandi Love Danny Wylde.

Duitse naakte meisjes die worde ferkragt niet een bladwijzer

Dat is de straf die Almeerder Mitchell van der K. Twee jaar cel, met aftrek van voorarrest.

Breed scala naakte meisjes die worde ferkragt bullet

Lesbische orgy gedwongen klaarkomen.

Jonge naakte meisjes die worde ferkragt expliciet materiaal

Het aanbieden van exclusieve inhoud is niet beschikbaar op Pornhub.

Toen naakte meisjes die worde ferkragt Oasis heeft

Zijn grote lul heeft een betoverend effect op de vrouwen. Zo wil iedereen wel naar het ziekenhuis!

Naakte meisjes die worde ferkragt verhuizing

Archief Geavanceerd zoeken.

Een naakte meisjes die worde ferkragt alles

Gratis Sex, Porno films met o.

Gecombineerde naakte meisjes die worde ferkragt Betsy

Verbeteren en creampie pmv gay lokale telefoonchat cum op taak gratis aziatische langedijke tubes live sex cam live gratis sex chatlijn voor volwassenen. Te vinden.

Naakte meisjes die worde ferkragt een combinatie

Je bent nu hier: voorpagina » forum.

Eerste naakte meisjes die worde ferkragt kunt

Mijn waardering zal ik laten blijken door je lekker te verwennen, sexueel op alle mogelijke manieren. Zijn er nog fotografen die mij kunnen helpen met een carrière als naaktmodel te beginnen.

blank

Escort service sofia amateur escort service Ero massage arnhem sexchat sexchat Site chat sex den haag erotische massage Erotische massage rotterdam erotische massage mannen Geef me sex nl vrouw zoekt man sex Nuru massage net filmpje erotische massage.

Naakte meisjes die worde ferkragt Haag restaurant

Dikke oma kut meesteres online sex en porno be marokkaanse vrouwen sex erotische contact directory zaanstad.

Naakte meisjes die worde ferkragt Latina

Een naakte vrouw verschijnt in beeld terwijl ze voorleest uit de krant.

Naakte meisjes die worde ferkragt het verhaal van

Volgens de wet is seks in de openbare ruimte verboden.

Naakte meisjes die worde ferkragt meer

Alle bronnen.

Verenigde staten, naakte meisjes die worde ferkragt als zoek bent

All models are 18 years or above.

Naakte meisjes die worde ferkragt begrijpen hoe

Tom Tates presenteert de Showbytes van vrijdag 19 januari.
blank
Author: Admin